| omschrijving |
Deze cursus sluit aan op de cursus Inleiding in de kunstgeschiedenis van het najaar en beslaat de periode vanaf omstreeks 1860 tot 1970. Aan de orde komen o.a. Manet en het impressionisme; expressionisme en kubisme en de daarop volgende avant-gardestromingen, zoals futurisme, Dada, surrealisme, constructivisme en De Stijl (o.a. Malewitsch en Mondriaan). Daarna komen de belangrijkste kunststromingen van na WO II aan bod: het abstract-expressionisme (De Kooning, Pollock, Newman enz.), Pop-art, conceptuele kunst, minimale kunst en proceskunst. |